Bij honden hoor je het overal: socialiseer je pup, neem hem overal mee naartoe, laat hem alles zien voordat hij zestien weken is. Bij katten ligt dat anders — en het is goed om te weten waarom, want anders ga je iets proberen wat niet meer kan.
Het venster sluit veel eerder
De belangrijkste socialisatieperiode van een kat loopt van ongeveer twee tot zeven weken oud. In die vijf weken bepaalt wat hij meemaakt voor een groot deel hoe hij later over mensen, honden en drukte denkt. Een kitten dat in die weken regelmatig is opgepakt en geaaid door verschillende mensen, is bijna altijd een makkelijkere kat.
Bij een pup loopt dat venster ongeveer tot zestien weken door. Bij jouw kitten was het dus al dicht voordat hij bij jou op de bank stond. Dat is geen reden tot paniek, maar wel iets om te weten: wat er nu gebeurt heet gewenning, en dat gaat langzamer.
Het goede nieuws is dat er tot ongeveer vier tot zes maanden nog veel bij te sturen valt. Daarna wordt het niet onmogelijk, maar wel taaier. Deze week telt dus.
Wennen aan mensen
Nieuwe mensen ontmoeten gaat bij een kat volgens één regel: hij bepaalt de afstand. Vraag bezoek daarom om niet te aaien, niet te roepen en vooral niet achter hem aan te gaan.
Wat wel werkt: laat je bezoek gewoon zitten en praten. Leg een paar snoepjes op de vloer, op een meter afstand. Wie iets lekkers laat vallen zonder te kijken, wordt sneller vertrouwd dan wie zijn hand uitsteekt.
Doe elke week iets kleins wat hem aan het gewone leven laat wennen:
- de stofzuiger een keer aan in een andere kamer, met de deur open
- de reismand die gewoon in de kamer staat, met een dekentje en af en toe een snoepje erin
- je handen die even zijn pootjes aanraken, één poot per keer, en dan iets lekkers
- zijn oren en zijn bek even bekijken tijdens het aaien
- een borstel die je eerst alleen laat zien, dan één haal, dan weglegt
Houd het steeds kort en stop voordat hij er genoeg van heeft. Een oefening die eindigt terwijl hij nog rustig is, wil hij morgen opnieuw doen.
Kennismaken met een andere kat
Heb je al een kat, dan is dit het onderdeel waar de meeste mensen te snel gaan. Katten leven van nature niet in een groep zoals honden dat doen. Een tweede kat is voor je huiskat geen gezelschap, maar in eerste instantie een indringer op zijn gebied.
De opbouw die het beste werkt:
- Apart houden. Je kitten in een eigen kamer, met eigen bak, voer en slaapplek. Ze horen en ruiken elkaar wel, maar zien elkaar niet.
- Geuren ruilen. Wissel dekentjes om. Of wrijf met een doekje langs de wang van de een en leg dat bij de ander neer. Herhaal dat een paar dagen.
- Van plek wisselen. Laat je kitten een uurtje het huis verkennen terwijl de andere kat in de startkamer zit. Zo raakt ieders geur overal.
- Kijken zonder erbij te kunnen. Zet de deur op een kier of gebruik een traphekje. Voer ze op dat moment allebei, ieder aan zijn eigen kant.
- Samen in één ruimte. Kort, met jou erbij, en met een speeltje of eten om het goede gevoel eraan te koppelen.
Twee kittens van dezelfde leeftijd zijn soms binnen een paar dagen dikke maatjes. Bij een volwassen kat die er een kitten bij krijgt, denk je eerder in weken tot maanden. Blazen en grommen mag; hard aanvallen niet. Zie je dat laatste, ga dan een stap terug in het schema.
Zorg daarbij altijd voor genoeg spullen: één kattenbak meer dan het aantal katten, aparte voerbakken en meerdere slaapplekken op verschillende hoogtes. Veel ruzie tussen katten gaat niet over elkaar, maar over te weinig plekken.
En de hond?
Een kitten en een hond kunnen prima samenleven, maar de eerste indruk telt zwaar. Houd de hond aangelijnd bij de eerste ontmoetingen, ook als hij lief is. Één keer achterna gerend worden, is genoeg om een kitten wekenlang bang te maken.
Zorg dat je kitten altijd ergens omhoog kan waar de hond niet bij komt, en houd de kattenbak en het kattenvoer buiten het bereik van de hond. Beloon je hond juist als hij rustig blijft liggen terwijl het kitten door de kamer loopt.
Kleine beloningen maken bij dit alles het verschil. In onze collectie Kattensnacks vind je snoepjes die klein genoeg zijn om er tien van te geven zonder dat het een maaltijd wordt.
Vorige week: Kittendagboek: nieuwsgierig en actief (15 weken). Volgende week: Kittendagboek: de eerste dierenarts-check (17 weken).