Kittendagboek: de eerste dierenarts-check (17 weken)

Kitten zit rustig op de behandeltafel bij de dierenarts naast een open reismand

Je kitten is nu ruim vier maanden oud. De eerste entingen heeft hij al gehad, meestal nog bij de fokker of het asiel. Toch is dit een goed moment voor een bezoek aan je eigen dierenarts — al is het alleen maar om er een keer te zijn geweest zonder dat er iets mis is.

Het entschema in Nederland

De meeste Nederlandse dierenartsen werken bij katten met dit schema:

  • 8 tot 9 weken — de eerste prik tegen kattenziekte en niesziekte. Die krijgt je kitten meestal nog bij de fokker.
  • 12 weken — herhaling van diezelfde prik. Ook vaak nog voordat hij bij jou kwam.
  • Rond 6 maanden of na een jaar — de eerstvolgende herhaling. Vraag je dierenarts welk moment hij aanhoudt, want dat verschilt per praktijk.

Even in gewone taal: kattenziekte is een virusziekte die vooral de darmen aantast en bij jonge katten vaak dodelijk is. Niesziekte is een verzamelnaam voor twee virussen die niezen, snotteren en pijnlijke ogen geven — en die nooit meer helemaal uit het lichaam verdwijnen.

Daarna geldt grofweg: niesziekte elk jaar, kattenziekte ongeveer elke drie jaar. Ook als je kat altijd binnen blijft, is enten zinvol. Kattenziekte kun je zelf mee naar binnen nemen onder je schoenen.

Gaat je kat mee naar het buitenland? Dan komt daar hondsdolheid (rabiës) bij. Die enting kan vanaf twaalf weken en moet ruim van tevoren gezet zijn.

Ontwormen en vlooien

Entingen en ontwormen worden vaak door elkaar gehaald. Het zijn twee losse dingen.

Bijna alle kittens hebben wormen, meestal via de moedermelk. De gangbare lijn is: vanaf een week of drie elke twee weken ontwormen tot twaalf weken, daarna maandelijks tot een half jaar. Hoe vaak het daarna nodig is, hangt af van zijn leven. Een kat die buiten muizen vangt, heeft veel meer kans op wormen dan een kat die binnen blijft.

Vlooien komen ook bij binnenkatten voor, want die lift je zelf mee naar binnen. Gebruik altijd een middel dat voor katten is bedoeld. Sommige vlooienmiddelen voor honden bevatten permetrine, en dat is voor katten giftig.

Chippen en registreren

Een chip is een piepklein staafje dat onder de huid in de nek wordt gezet, met een uniek nummer. Bij honden is dat in Nederland al jaren verplicht. Voor katten komt er ook een landelijke chip- en registratieplicht aan; de invoerdatum is een paar keer opgeschoven, dus vraag je dierenarts wat er op dit moment geldt.

Los van de regels is het gewoon verstandig. Een kat zonder chip die door iemand anders wordt gevonden, is een naamloze kat. Belangrijk detail dat veel mensen missen: chippen alleen is niet genoeg. Het nummer moet ook op jouw naam geregistreerd staan in een databank, en dat gegeven moet je bijwerken als je verhuist.

Castratie en sterilisatie

Dit onderwerp komt bij een kat een stuk eerder op tafel dan bij een hond. Een jonge poes kan al krols worden vanaf een maand of vier à vijf, en dan kan ze dus ook drachtig worden.

De meeste dierenartsen adviseren daarom een ingreep tussen de vier en zes maanden, dus vrij kort na nu. Bij een kater heet dat castratie, bij een poes sterilisatie. Naast ongewenste nestjes scheelt het ook sproeigedrag, zwerven en vechtpartijen.

Bespreek de timing met je dierenarts. Het hangt af van het gewicht, het ras en of je kat naar buiten gaat.

Rustig naar de praktijk

Voor de meeste katten is de rit erheen erger dan het bezoek zelf. Wat helpt:

  • Laat de reismand gewoon in de kamer staan, het hele jaar door, met een dekentje erin. Een mand die alleen tevoorschijn komt op de dag van de dierenarts, is een alarmbel.
  • Kies een mand die aan de bovenkant opengaat. Dan hoef je hem er nooit uit te trekken; de dierenarts kan de bovenkant er gewoon af halen.
  • Leg er iets in dat naar thuis ruikt, en gooi dat niet in de was vlak voor het bezoek.
  • Geef twee tot drie uur van tevoren geen grote maaltijd. Dat scheelt misselijkheid.
  • Zet de mand vast in de auto, op de vloer achter de bijrijdersstoel of met de gordel eromheen. Los op de bank is niet veilig.
  • Leg een handdoek over de mand in de wachtkamer. Minder zien is minder stress, zeker als er honden zitten.

Veelgestelde vragen

Mijn kitten is na de enting sloom. Is dat normaal?
Een dag wat rustiger zijn, minder eetlust of een gevoelig plekje waar de prik zat, komt vaak voor en gaat vanzelf over. Laat hem die dag met rust.

Wanneer moet ik wél bellen?
Bij een gezwollen kop of ogen, blijven braken, benauwd ademen, of als hij meer dan een dag echt niet zichzelf is. Dat kan op een reactie wijzen en moet snel bekeken worden.

Moet een binnenkat ook geënt worden?
Ja. Virussen komen mee naar binnen aan kleding en schoenen, en je hebt ze nodig als je kat ooit naar een pension moet of mee op reis gaat.

Wat doet de dierenarts nog meer dan prikken?
Wegen, hart en longen beluisteren, ogen, oren en gebit bekijken, de buik voelen en bij katers controleren of beide balletjes zijn ingedaald. Neem je kattenpaspoort mee.

Kan ik iets doen tegen zijn angst in de wachtkamer?
Vraag of je in de auto mag wachten tot je aan de beurt bent. Veel praktijken vinden dat prima en het scheelt een hoop.

Gaat je kat straks naar buiten? Kies dan een halsband met een breekslot, zodat hij zichzelf kan bevrijden als hij ergens achter blijft haken. Je vindt ze in onze collectie Halsbanden & Lijnen.

Vorige week: Kittendagboek: socialisatie met mens en dier (16 weken). Volgende week: Kittendagboek: klauwen, krabben en spelen (18 weken).