Met je kat naar buiten
Niet elke kat hoort binnen te blijven, en niet elke kat kan zomaar naar buiten. Voor binnenkatten die duidelijk nieuwsgierig zijn naar de tuin, is begeleid naar buiten gaan een middenweg.
Altijd een tuigje
Een kat glipt zonder moeite uit een halsband; buiten aan de lijn kan alleen met een goed passend tuigje. Er moet één vinger tussen tuig en lichaam passen. Laat je kat het tuigje eerst binnen dragen, eerst een paar minuten, dan wat langer, met een snack bij elke stap.
Het tempo van je kat
Een kat uitlaten is geen wandeling. Verwacht veel stilstaan, ruiken en onder een struik zitten. Ga niet trekken en draag je kat niet naar een plek toe; laat hem zelf beslissen hoe ver hij gaat. Kies rustige momenten en plekken zonder loslopende honden.
Vervoer
Voor de auto, de trein of een bezoek aan de dierenarts is een stevige mand nodig; die vind je bij reismanden en transportboxen. Neem op langere ritten een reisbakje en wat water mee.
Als buiten niets voor je kat is
Blijft je kat liever binnen, dring dan niet aan. Je kunt hetzelfde effect bereiken met prikkels binnen: een uitkijkpost bij het raam, klimplekken uit tunnels en klimmen en dagelijks jagen met kattenspeelgoed.