Trainen en apporteren met je hond
Trainen draait minder om streng zijn dan om timing en herhaling. Met een paar hulpmiddelen wordt het voor je hond een stuk duidelijker wat je precies bedoelt.
Belonen op het juiste moment
Een clicker of een kort markeerwoord vertelt je hond precies welk gedrag goed was, ook als de beloning een seconde later komt. Klik één keer, beloon altijd. Bewaar zachte, kleine trainingssnacks in een tasje aan je riem, zodat je ze snel bij de hand hebt.
Terugkomen oefenen
Een lange lijn van vijf tot tien meter is het belangrijkste hulpmiddel bij het aanleren van terugkomen: je hond mag vrij snuffelen, maar kan niet wegrennen. Bevestig een lange lijn altijd aan een tuig. Kijk bij halsbanden en lijnen. Roep alleen als je redelijk zeker weet dat je hond komt, en maak terugkomen altijd de moeite waard.
Apporteren opbouwen
Werk met een dummy in plaats van een bal als je het serieus wilt opbouwen: rustiger, gerichter en makkelijker te verstoppen. Begin met korte afstanden waarbij je hond ziet waar het ding landt, en breid daarna uit naar zoeken op geur.
Kort en vaak
Drie keer vijf minuten per dag levert meer op dan één lange sessie. Stop terwijl het nog leuk is en eindig met iets wat je hond al goed kan. Voor rustige denkoefeningen tussendoor kijk je bij puzzelspeelgoed, en voor de allereerste oefeningen bij puppy.