Kittendagboek: klauwen, krabben en spelen (18 weken)

Kitten strekt zich volledig uit tegen een hoge sisal krabpaal naast een bank

Er zitten strepen in de zijkant van de bank. Niet diep, maar ze zitten er. En je kitten heeft een krabpaal — die staat al vier weken keurig in de hoek van de kamer, ongebruikt.

Voordat je boos wordt: hij doet niets verkeerd. Hij doet precies wat een kat hoort te doen, alleen op de verkeerde plek.

Waarom katten krabben

Krabben doet een kat om drie redenen tegelijk.

De eerste is geur. Katten hebben geurklieren tussen de kussentjes van hun poten. Bij elke haal blijft daar een beetje geur achter. Samen met de zichtbare strepen is dat een boodschap: dit is mijn gebied. Daarom krabben katten juist op zichtbare, drukke plekken — bij de deur, naast de bank, boven aan de trap. Een krabpaal in een vergeten hoek doet die klus dus niet.

De tweede is onderhoud. Kattennagels groeien in laagjes. Door te krabben schuift de oude, versleten buitenlaag eraf, zodat er een scherpe punt tevoorschijn komt. Vind je losse, doorzichtige nagelschilfertjes bij de krabpaal? Dat is die oude laag. Krabt een kat te weinig, dan kan een nagel doorgroeien tot in het voetkussen. Dat doet zeer.

De derde is rekken en spanning kwijtraken. Kijk maar eens naar de beweging: een kat strekt zich er volledig bij uit, van voorpoten tot rug. Veel katten krabben ook net na het wakker worden of na een spannend moment.

Krabben is dus geen gedrag dat je kunt afleren. Je kunt het alleen verplaatsen.

Een krabpaal die wél werkt

  • Hoog genoeg. Je kat moet zich er volledig aan kunnen uitrekken. Voor een volwassen kat betekent dat een paal van zeker 90 centimeter. Koop dus niet op zijn huidige formaat.
  • Stevig. Wiebelt de paal bij de eerste flinke haal, dan gebruikt hij hem nooit meer. Een brede voet of bevestiging aan de muur is belangrijker dan hoe hij eruitziet.
  • Ruw materiaal. Sisaltouw of onbehandeld hout werkt het best. Zacht tapijt voelt te veel als de bank.
  • Op de goede plek. Zet hem waar je kat nu al krabt, of naast zijn slaapplek. Werkt het, dan kun je hem later in stapjes verplaatsen.
  • Ook horizontaal. Sommige katten krabben liever liggend of schuin. Een goedkope kartonnen krabplank op de vloer lost dat vaak in één keer op.
  • Meerdere. Één paal voor het hele huis is meestal te weinig. Twee of drie plekken, verspreid over de ruimtes waar hij veel komt.

Maak de nieuwe plek aantrekkelijk. Speel er met een hengeltje langs, zodat zijn nagels er per ongeluk in blijven haken. Leg er een snoepje bovenop. Een beetje kattenkruid op de paal helpt bij veel katten, al reageert lang niet elke kat daarop — dat is erfelijk bepaald en begint pas rond een half jaar.

En maak de bank tegelijk saaier: leg er tijdelijk een dubbelzijdig plakstripje of een stuk gladde folie op de plek waar hij krabt. Niet straffen, niet roepen. Een kat die geschrokken is van jou, krabt gewoon verder als je weg bent.

Nagels knippen

Een kat heeft achttien nagels: vijf aan elke voorpoot en vier aan elke achterpoot. Binnenkatten slijten die minder af dan buitenkatten, dus af en toe knippen is verstandig — meestal alleen de voorpoten, om de paar weken.

Begin nu, terwijl hij jong is. Zo doe je het:

  • Pak zijn poot en druk zachtjes op het kussentje. De nagel komt dan naar buiten.
  • Kijk naar de nagel: het doorschijnende, witte puntje mag eraf. Het roze deel daarachter is levend weefsel met bloedvaten. Dat raak je niet.
  • Knip alleen de scherpe punt, met een nagelknipper voor katten. Twijfel je? Neem minder.
  • Doe één of twee nagels per keer en geef daarna iets lekkers. Je hoeft niet alles in één sessie te doen.

Knip je toch te ver door en gaat het bloeden, druk er dan even een schoon gaasje op. Blijft het bloeden of gaat je kat mank lopen, bel dan de dierenarts.

Nog een ding: laat je kat nooit "onthaken" met geweld als hij vastzit in een trui of een kleedje. Duw de poot juist iets naar voren, dan laat de nagel vanzelf los.

Spelen zonder handen

Rond deze leeftijd wordt het spel wilder en gaan de nagels vaker uit. Blijf strikt in één regel: handen en voeten zijn nooit speelgoed. Een kitten dat leert dat vingers grijpbaar zijn, doet dat op zijn vijfde nog steeds — alleen dan met meer kracht.

Speel dus altijd met iets ertussen: een hengel, een touwtje met een propje, een balletje. Gaat hij toch in je hand? Verstijf, trek niet weg, en sta rustig op. Het spel is voorbij. Dat is de duidelijkste boodschap die er is.

Op zoek naar een paal waar je kat zich echt aan kan uitrekken? Kijk eens in onze collectie Krabpalen.

Vorige week: Kittendagboek: de eerste dierenarts-check (17 weken). Volgende week: Kittendagboek: een tussenstand (bijna 5 maanden).