Kittendagboek: nieuwsgierig en actief (15 weken)

Alert kitten springt op een verenhengel op een houten vloer

Je kitten is ineens overal. Op de kast, in de kast, achter het gordijn, met zijn kop in een boodschappentas. Wat vorige maand nog een schuw hoopje was, klimt nu in het schap met de glazen.

Dit is geen toeval. Spel met voorwerpen — rennen, springen, klimmen, dingen achterna zitten — komt bij kittens op gang rond de zevende week en piekt rond een week of achttien. Je zit daar nu middenin.

Spelen is jagen in stukjes

Als een kat jaagt, doorloopt hij altijd dezelfde volgorde: loeren, besluipen, achtervolgen, vangen, bijten. Spelen is diezelfde reeks, maar dan zonder muis.

Dat verklaart waarom sommige speeltjes wel werken en andere niet. Een balletje dat stil op de grond ligt, is geen prooi. Een veertje dat langzaam achter de bank verdwijnt en dan ineens wegschiet, is dat wel.

Wat helpt bij een speelsessie:

  • Beweeg wég van je kat, niet naar hem toe. Prooi vlucht, prooi valt niet aan.
  • Laat het speeltje af en toe stilliggen. Dat geeft hem de kans om te loeren en te besluipen — vaak zijn favoriete deel.
  • Laat hem winnen. Eindig elke sessie met een keer echt vangen en beetpakken. Een jacht die nooit lukt, is frustrerend.
  • Kort en vaak. Twee of drie keer per dag vijf tot tien minuten werkt beter dan één lange sessie.
  • Wissel het speelgoed. Leg de helft weg en haal het over een week weer tevoorschijn. Dan is het weer nieuw.

Over de laserpen: leuk om te zien, maar er valt nooit iets te vangen. Dat kan een kat onrustig maken. Gebruik je hem toch, laat het rode puntje dan aan het eind op een echt speeltje landen dat hij mag pakken.

Je huis kittenproof maken

Een kitten dat overal bij kan, komt overal bij. Loop deze week een rondje door huis en kijk met zijn ogen:

  • Touwtjes, draadjes en elastiekjes. Kattentongen hebben weerhaakjes, dus wat er eenmaal in zit, gaat maar één kant op: naar binnen. Slikt hij een draad in, dan is dat een spoedgeval.
  • Kantelramen. Een kat die door de spleet naar buiten wil, glijdt naar beneden en komt klem te zitten. Dat loopt vaak slecht af. Zet er een rooster of afdichting in.
  • Planten. Lelies zijn voor katten zeer giftig, ook alleen het stuifmeel. Ook dieffenbachia, gatenplant en klimop kun je beter wegzetten.
  • Wasmachine en droger. Kijk altijd even in de trommel voordat je de deur dichtdoet.
  • Balkon en dakraam. Katten kunnen goed vallen, maar niet vanaf elke hoogte. Een net is geen overdreven luxe.
  • Losse kabels. Werk ze weg of doe er een beschermhoes omheen.

Klimmen is geen ondeugd

Een kitten dat op de kast springt, is geen stout kitten. Hij zoekt uitzicht. Als je alle hoge plekken verbiedt, houdt hij daar niet mee op — hij doet het alleen als jij er niet bent.

Wijs daarom een paar plekken aan waar hij wél mag: een krabmeubel bij het raam, een lege plank, een stoel op een vaste plaats. Leg er een dekentje op en beloon hem als hij er ligt. Plekken die je niet wilt, maak je juist saai: niets om op te zitten, geen kruimels, geen aandacht als hij er staat.

En raakt hij aan het eind van de dag toch niet uitgeraasd? Voer dan het laatste speelmoment naar vlak voor jouw bedtijd. Jagen, vangen, eten, slapen — in die volgorde slaapt een kat het beste door.

Hengels, muisjes, tunnels en balletjes die dat jachtgedrag echt aanspreken vind je in onze collectie Speelgoed voor de kat.

Vorige week: Kittendagboek: de eerste kattenbakgewoontes (14 weken). Volgende week: Kittendagboek: socialisatie met mens en dier (16 weken).