Puppydagboek: socialisatie en nieuwe indrukken (12 weken)

Puppy maakt buiten kennis met een nieuw persoon en snuffelt nieuwsgierig

Je pup is nu rond de twaalf weken oud. Hij loopt zelfverzekerder, hij durft meer, en hij wil overal naartoe. Precies in deze periode gebeurt er iets in zijn hoofd dat je maar één keer meemaakt: het socialisatievenster begint langzaam dicht te gaan.

Wat dat venster is

Tussen ongeveer drie en twaalf weken oud staat het brein van een pup extra open om te leren dat nieuwe dingen ongevaarlijk zijn. Nieuwe geluiden, vreemde mensen, andere honden, ondergronden, voorwerpen — in die periode kost het hem weinig moeite om te besluiten: dit hoort erbij.

Vanaf ongeveer twaalf weken sluit dat venster geleidelijk, en rond zestien weken is het grotendeels dicht. Het gaat niet dicht als een lichtknop; leren kan daarna gewoon door. Maar het kost dan meer tijd en meer herhaling. Een hond die pas op zijn achtste maand voor het eerst een fiets ziet, heeft daar veel meer moeite mee dan een pup van drie maanden.

Deze week is dus een van de belangrijkste weken van het hele eerste jaar. Niet omdat je zoveel moet doen — maar omdat wat je nu doet, langer blijft plakken.

Kwaliteit gaat boven aantal

Socialiseren is niet: zo veel mogelijk indrukken in zo kort mogelijke tijd. Dat is juist de fout die veel mensen maken. Ze slepen hun pup naar de markt, naar het station en naar de speeltuin, allemaal in één weekend. De pup komt thuis oververmoeid en heeft vooral geleerd dat de wereld overweldigend is.

Beter: één nieuwe ervaring per dag, op afstand, kort, en met de mogelijkheid om weg te lopen. Laat je pup zélf beslissen of hij dichterbij komt. Blijft hij op vijf meter afstand kijken naar die vuilniswagen? Prima. Kijken telt ook. Dat is precies wat hij nodig heeft.

Let op zijn lijf. Een pup die het aankan, heeft een losse houding, snuffelt en gaat weer verder. Een pup die het te veel vindt, gaapt zonder moe te zijn, likt over zijn neus, gaat laag lopen, of loopt star weg. Zie je dat? Vergroot de afstand of ga naar huis. Doorzetten helpt hier nooit.

Checklist voor deze weken

Loop dit rustig af, verspreid over meerdere dagen. Alles mag op afstand.

  • Mensen — kinderen, ouderen, mensen met petten, capuchons, brillen, baarden, rollators, paraplu's
  • Voertuigen — auto's, fietsen, scooters, bus, tram, vuilniswagen
  • Ondergronden — gras, grind, metalen putdeksel, houten vlonder, natte stoep, trap
  • Geluiden — verkeer, blaffende honden, kinderen op een schoolplein, onweer via een geluidsopname op laag volume
  • Dieren — rustige, gezonde volwassen honden, katten op afstand, koeien of paarden vanaf de weg
  • Situaties — autoritje, tuincentrum of bouwmarkt waar honden welkom zijn, wachten bij de dierenarts zonder onderzoek
  • Aanraken — pootjes vasthouden, oren bekijken, bek even open, borstelen — steeds even kort en met een beloning

Dat laatste punt wordt vaak vergeten en betaalt zich enorm terug bij de dierenarts en de trimmer.

Rustig aan met de wandelingen

Voor de lengte van wandelingen wordt vaak de vijfminutenregel gebruikt: ongeveer vijf minuten per levensmaand, twee keer per dag. Voor een pup van drie maanden komt dat op zo'n kwartier per keer. Het is geen wet — er is geen hard bewijs voor — maar als bovengrens is het een prima houvast, zeker bij grote rassen die langer doorgroeien.

Belangrijker dan afstand is wat er in die minuten gebeurt. Een half uur op één grasveldje snuffelen is voor een pup van deze leeftijd waardevoller dan drie kilometer aan de lijn doorlopen.

Als hij ergens van geschrokken is

Er gaat een keer iets mis. Een fietser die rakelings langs komt, een hond die uitvalt, een deur die dichtklapt. Dat is niet meteen een ramp, maar hoe je het daarna oplost, maakt wel uit.

Wat helpt: haal hem uit de situatie en ga rustig verder met je dag. Ga niet dezelfde middag terug om te "bewijzen" dat het meevalt. Zoek een paar dagen later dezelfde situatie op, maar dan op ruime afstand, met iets lekkers bij de hand. Zodra hij ernaar kijkt zonder te schrikken, beloon je hem en loop je weg. Elke keer een stukje dichterbij.

En troosten mag. Er wordt vaak gezegd dat je angst beloont als je een bange hond aait — dat klopt niet. Angst is een gevoel, geen trucje. Je mag hem gerust vasthouden. Zorg alleen dat je zelf rustig blijft, want je pup leest jouw houding beter dan je denkt.

Puppycursus: nu of later?

Een goede puppycursus is in deze weken goud waard, vooral voor rustig contact met andere pups. Kies wel bewust. Bij een goede cursus spelen niet alle pups tegelijk los door elkaar heen, maar wordt er in kleine groepjes en met pauzes gewerkt, en wordt er met beloning getraind.

Vraag ook of je met een nog niet volledig ingeënte pup mag meedoen, en wat de school daarvoor als eis stelt. Overleg dat even met je dierenarts.

Wennen aan halsband en lijn

Doe de halsband of het tuigje eerst een paar keer thuis om, tijdens iets leuks, en haal het er na een minuut weer af. Klik daarna de lijn eraan en laat hem er binnen even mee rondlopen. Zo wordt de lijn geen straf, maar iets wat bij leuke dingen hoort.

Voor de meeste pups is een tuigje in het begin prettiger dan een halsband: de druk komt niet op het nekje als hij ineens ergens naartoe schiet.

Nog geen tuigje of lijn in de goede maat? In onze collectie Halsbanden & Lijnen vind je lichte uitvoeringen die geschikt zijn voor een pup.

Vorige week: Puppydagboek: spelen en ontdekken (11 weken). Volgende week: Puppydagboek: de eerste vaccinaties (13 weken).