Puppydagboek: de eerste zindelijkheidstraining (10 weken)

Jonge puppy zit alert op de vloer naast puppytrainingsmatjes

Je hebt hem net buiten gehad. Hij heeft geplast, je hebt hem geprezen, en drie minuten later staat er alsnog een plas op de gang. Bijna elke puppy-eigenaar loopt hier in de derde week thuis tegenaan. Het ligt niet aan jou en het is ook geen koppigheid.

Zijn blaas is nog niet af

Een pup van tien weken kan zijn plas maar kort ophouden. Een handige vuistregel: het aantal uren dat hij het volhoudt, is ongeveer zijn leeftijd in maanden plus één. Een pup van twee maanden komt dus op zo'n drie uur — en dat alleen als hij net niet gedronken heeft en rustig ligt.

Belangrijker nog: de spier die de blaas dichthoudt, is bij een pup nog niet volgroeid. Die ontwikkelt zich pas rond de leeftijd van vier tot vijf maanden volledig. Tot die tijd is "hij houdt het niet op" geen onwil, maar lichamelijk niet mogelijk.

's Nachts gaat het meestal iets langer, omdat hij dan niet eet en drinkt en zijn lichaam op een lager pitje staat. Toch hebben de meeste pups tot een maand of vier nog een nachtelijke plaspauze nodig. Kleine rassen soms nog langer.

De momenten waarop hij bijna altijd moet

Zindelijkheidstraining is vooral timing. Neem hem mee naar buiten:

  • meteen na het wakker worden, ook na een kort dutje
  • vijf tot vijftien minuten na elke maaltijd
  • direct na het spelen of stoeien
  • na een spannend moment, zoals visite die binnenkomt
  • vlak voor het slapengaan
  • en verder gewoon elke één à twee uur overdag

Dat lijkt veel. Dat ís ook veel. Maar hoe minder ongelukjes hij binnen heeft, hoe sneller het klikt. Elke plas binnen laat een geurspoor achter dat hem uitnodigt om daar nog eens te gaan.

En als je eenmaal buiten staat: ga steeds naar dezelfde plek in de tuin of vlak bij huis. De geur van de vorige keer helpt hem op gang.

Blijf saai staan. Niet praten, niet spelen, niet lopen te sjouwen. Een pup die wordt afgeleid, vergeet waarvoor hij buiten stond.

Prijs op het moment dat hij klaar is, niet ervoor. Een rustig "goed zo" en een klein snoepje werkt. Ga je te vroeg juichen, dan stopt hij halverwege.

Doet hij niks? Ga naar binnen, houd hem vijf minuten goed in de gaten en probeer het opnieuw.

Wat niet werkt

Straffen of met zijn neus erin duwen. Je pup begrijpt niet dat het over de plas van tien minuten geleden gaat. Wat hij wél leert, is dat plassen in jouw buurt gevaarlijk is. Gevolg: hij gaat stiekem plassen achter de bank, of durft buiten niet meer als jij erbij staat.

Ongelukjes met een schoonmaakmiddel op ammoniakbasis wegpoetsen. Ammoniak ruikt voor een hond een beetje als urine. Gebruik een enzymreiniger — dat is een schoonmaakmiddel dat de geurstoffen echt afbreekt in plaats van ze te overdekken.

Water 's avonds weghalen. Een pup moet gewoon kunnen drinken. Beter is: het laatste grote drinkmoment een uur voor bedtijd, en daarna nog één keer naar buiten.

Alleen op puppydoekjes trainen. Puppydoekjes zijn handig als je hoog woont of 's nachts niet snel buiten kunt zijn. Maar je leert je pup er wel mee dat plassen binnen mag. Gebruik ze als noodoplossing, niet als plan.

Leren herkennen wanneer het eraan komt

De meeste pups geven een seintje, maar dat is klein. Let op: plotseling stoppen met spelen, met de neus over de grond snuffelen, rondjes draaien, richting de deur schuifelen of ineens onrustig gaan ijsberen. Zie je dat? Meteen mee naar buiten, ook al is hij net geweest.

Ga je hem betrappen midden in een plas binnen? Onderbreek hem met een kort, vriendelijk geluid — niet schreeuwen — en neem hem meteen mee naar buiten. Maakt hij het daar af, dan prijs je hem gewoon.

De bench als hulpmiddel

Een bench is een kooi met een deur, waar je hond in kan liggen en slapen. Bij zindelijkheid helpt hij, omdat de meeste pups hun eigen ligplek niet vies willen maken. Kun je even niet opletten — je staat te koken of je bent aan het bellen — dan ligt hij daar veilig in plaats van dat hij ongezien in de gang plast.

Twee dingen zijn daarbij belangrijk. De bench moet precies groot genoeg zijn om in te staan, te draaien en languit te liggen. Is hij veel te groot, dan gebruikt je pup gewoon de ene helft als toilet en slaapt hij in de andere. En de bench mag nooit een strafplek zijn. Voer er af en toe in, gooi er een kluifje in, laat de deur vaak openstaan.

Houd de tijd erin kort: niet langer dan hij het redelijkerwijs kan ophouden. Een pup die in zijn bench moet plassen omdat hij te lang alleen was, leert juist dat het daar ook maar mag.

De nacht en de lange termijn

Zet een wekker als je pup nog niet doorslaapt. Dat klinkt zwaar, maar het is minder erg dan hem laten piepen tot hij het niet meer ophoudt. Rond drie tot vier maanden slapen de meeste pups de nacht door.

Houd het nachtelijke uitje kort en saai: naar buiten, plassen, terug naar bed. Geen licht, geen aandacht, geen snoepje. Anders wordt half drie 's nachts het leukste moment van zijn dag.

En hoe lang duurt het hele traject? De meeste honden zijn overdag redelijk zindelijk rond de vier tot zes maanden. Volledig betrouwbaar, ook bij spanning en bezoek, is vaak pas rond een jaar. Er zitten bijna altijd terugvallen in, bijvoorbeeld als er iets verandert in huis.

Plast je pup ineens weer overal, terwijl het al goed ging? Dan kan er ook iets lichamelijks spelen, zoals een blaasontsteking. Kleine plasjes, vaak willen, of piepen tijdens het plassen zijn redenen om de dierenarts te bellen.

Handig deze weken: een enzymreiniger, wat handdoeken die tegen een wasbeurt kunnen en verzorgingsspullen voor natte pootjes. Kijk eens in onze collectie Verzorging & Welzijn.

Vorige week: Puppydagboek: wennen aan het nieuwe thuis (9 weken). Volgende week: Puppydagboek: spelen en ontdekken (11 weken).