Puppydagboek: bijtgedrag en speelvechten (14 weken)

Twee puppy's stoeien speels met elkaar in het gras

Je handen zitten onder de krasjes, je mouwen rekken uit en je bezoek trekt zijn benen op de bank. Rond deze leeftijd is bijten hét onderwerp waar puppy-eigenaren over struikelen. Het goede nieuws: het gaat over. Het minder goede nieuws: het wordt eerst nog even erger.

Er gebeurt iets in zijn bek

Een pup heeft 28 melktandjes. Die moeten allemaal plaatsmaken voor 42 blijvende tanden en kiezen. Vanaf een week of acht tot twaalf beginnen de wortels van die melktandjes al op te lossen, waardoor ze los gaan zitten. En tussen ongeveer twaalf en zestien weken vallen de eerste tandjes echt uit — meestal beginnen de snijtandjes voorin.

Je pup zit dus midden in de tandenwissel. Zijn tandvlees is gevoelig en kauwen verlicht dat. Dat is geen smoes: kauwdrang is in deze periode gewoon groter.

Je vindt trouwens lang niet altijd uitgevallen tandjes terug. De meeste worden ingeslikt tijdens het eten. Wat wel de moeite van het controleren waard is: blijven er melkhoektanden náást de nieuwe hoektanden staan, dan zit er een dubbele rij. Laat dat bij de dierenarts bekijken.

Waarom bijten normaal is

In het nest speelvechten pups de hele dag. Bijt de één te hard, dan gilt de ander en stopt het spel. Zo leert een pup bijtremming: hoe hard je mag dichtknijpen zonder dat het spel afgelopen is. Dat is een van de belangrijkste dingen die een hond ooit leert. Een volwassen hond die goed geleerd heeft te remmen, doet ook geen schade als hij ooit een keer schrikt.

Bij jou thuis heeft je pup geen broertjes meer om dat op te oefenen. Dus oefent hij op jou. Dat is niet stoer of dominant — dat is precies wat hij hoort te doen.

Zo pak je het aan

Het idee is simpel: hard bijten laat het leuke stoppen, zacht spelen laat het doorgaan.

  • Voelt het te hard? Stop meteen. Haal je hand rustig weg, sta op en draai je weg. Tien tot twintig seconden niks zeggen, niet aankijken.
  • Ga daarna gewoon weer verder. Hij moet het verband leren zien: hard = spel weg, zacht = spel gaat door.
  • Bied altijd iets anders aan. Een touwtje, een kauwspeeltje, een koud washandje uit de vriezer. Hij mag bijten — alleen niet in jou.
  • Ren niet weg met je handen. Snel wegtrekken maakt je hand tot prooi. Rustig bevriezen werkt beter.
  • Nooit in zijn bek knijpen, op zijn snuit tikken of hem op zijn rug drukken. Dat maakt hem banger, niet zachter, en het kan later leiden tot een hond die geen waarschuwing meer geeft.

Het bijt-uurtje aan het eind van de dag

Veel pups worden rond een vast moment — vaak 's avonds — ineens onhandelbaar. Ze rennen rondjes, blaffen, happen naar handen en broekspijpen. Dat is bijna altijd oververmoeidheid.

Bijtremming vraagt namelijk impulsbeheersing, en dat kost hersenwerk. Een pup die te weinig geslapen heeft, kán zichzelf simpelweg niet meer afremmen. Meer spelen is dan precies het verkeerde antwoord.

Wat wel werkt: hem rustig naar zijn mand of bench brengen met iets om op te kauwen, en het licht laag houden. De meeste pups vallen binnen tien minuten in slaap. Reken op ongeveer een uur wakker en dan weer twee uur slaap.

Speelvechten met andere honden

Stoeien met andere pups is nuttig, maar het moet wel eerlijk blijven. Let op deze punten:

  • Er zijn rolwisselingen: de ene keer ligt hij onder, de andere keer boven.
  • Er zitten pauzes in. Twee honden die vijf minuten non-stop doorgaan, worden alleen maar opgefokter.
  • Beide honden komen uit zichzelf terug voor meer. Loopt er één steeds weg? Dan is het geen spel meer.
  • Het blijft los in het lijf: rare overdreven bewegingen, hoge sprongetjes, open bek. Stijf en stil worden is een waarschuwingssignaal.

Twijfel je? Roep ze even uit elkaar, houd je pup tien seconden vast en laat hem dan zelf kiezen of hij teruggaat. Doet hij dat blij, dan zat het goed.

Kinderen en een bijtende pup

Voor kinderen is dit de lastigste fase. Ze gillen als het pijn doet, trekken hun handen weg en rennen — en dat is precies wat een pup nog wilder maakt. Zo blijft het rondje doorgaan.

Maak er daarom een spelregel van: zodra de pup naar handen of kleren hapt, staan de kinderen op en lopen ze weg. Niet duwen, niet gillen, gewoon weglopen. Oefen dat een paar keer als spelletje op een rustig moment, zodat ze het echt kunnen als het gebeurt.

Geef kinderen ook iets waarmee ze wél veilig kunnen spelen: een lang touwspeeltje of een flappende sliert houdt de tandjes op afstand van vingers. En laat een pup en een jong kind nooit samen zonder toezicht, ook niet even. Niet omdat je pup gevaarlijk is, maar omdat allebei nog aan het leren zijn.

Wat je kunt geven om op te kauwen

Kies iets dat meegeeft als je er met je nagel in drukt. Te hard materiaal kan een melktandje afbreken. Botten, geweien en harde nylon kluiven zijn in deze fase niet verstandig. Kauwsnacks van gedroogd vlees, zachte kauwstrips en gevulde rubberen speeltjes werken beter.

Reken de calorieën van kauwsnacks mee in zijn dagelijkse portie. Een pup groeit hard, maar te veel extra's maakt hem te zwaar — en dat is slecht voor zijn gewrichten.

Iets nodig om die kauwdrang op te vangen? Bekijk onze Hondensnacks voor kauwsnacks die geschikt zijn voor een puppygebit.

Vorige week: Puppydagboek: de eerste vaccinaties (13 weken). Volgende week: Puppydagboek: een tussenstand (ruim 3 maanden).