Kittendagboek: de eerste week thuis (12 weken oud)

Kitten van twaalf weken slaapt opgerold op een zachte deken in de woonkamer

Je zet de reismand open, en binnen drie tellen zit je kitten achter de bank. Daar blijft hij. Je hebt een mandje gekocht, speeltjes klaargelegd en een naam bedacht — en het enige wat je ziet is een paar ogen in het donker.

Dat is geen slecht begin. Dat is precies wat een kat doet in een huis dat hij nog niet kent: eerst een veilig hoekje zoeken, dan pas kijken.

Waarom hij pas nu komt

Een kitten mag in Nederland wettelijk vanaf 7 weken weg bij zijn moeder. Maar bijna elke fokker, dierenarts en gedragsdeskundige raadt aan om te wachten tot ongeveer 12 weken. Je kitten is dus zo'n drie maanden oud als hij bij jou komt — een stuk ouder dan een pup, die meestal al met acht weken verhuist.

Die extra weken zijn geen luxe. In die tijd leert een kitten van zijn moeder en zijn nestgenoten hoe je speelt zonder te hard te bijten, hoe je jezelf wast en hoe je de kattenbak gebruikt. Ook heeft hij dan meestal zijn eerste twee entingen gehad, rond 9 en 12 weken.

Kortom: er is al veel gebeurd voordat hij bij jou de reismand uit stapte. Jouw taak deze week is niet opvoeden. Jouw taak is zorgen dat hij rustig wordt.

Begin met één kamer

De grootste fout in de eerste week is je kitten meteen het hele huis geven. Een kat oriënteert zich op geur en op vaste plekken. Een heel huis vol onbekende hoeken is dan geen avontuur, maar een doolhof.

Kies daarom één kamer als startkamer. Een slaapkamer of studeerkamer werkt vaak goed. Zet daar alles neer wat hij nodig heeft:

  • een kattenbak, in een rustige hoek
  • voer en water, op minstens een meter afstand van die bak
  • een slaapplekje waar hij zich kan verstoppen, bijvoorbeeld een mandje met hoge randen of een open kartonnen doos
  • iets om aan te krabben
  • een paar kleine speeltjes

Laat de deur na een dag of twee gewoon openstaan, zodat hij zelf kan gaan kijken. Draag hem niet naar de woonkamer om hem "voor te stellen". Een kat die zelf naar binnen loopt, komt de tweede keer sneller terug.

Slapen, en dan nog meer slapen

Een kitten van deze leeftijd slaapt 16 tot 20 uur per dag. Wat overblijft is een paar uur waarin hij eet, de kattenbak gebruikt, alles besnuffelt en als een dolle door de kamer rent.

Die rennerij komt vaak in korte uitbarstingen: vijf minuten volle bak, dan weer languit slapen. Dat hoort erbij. Wat niet helpt, is hem wakker maken omdat je hem zo lief vindt of omdat de kinderen hem willen aaien. Een kitten dat te weinig slaapt, wordt niet moe — het wordt wild en gaat harder bijten.

Spreek dus meteen af: ligt hij te slapen, dan zit niemand aan hem. Ook niet even.

De eerste nachten

Katten zijn van nature het actiefst in de schemering, dus rond zonsopgang en aan het begin van de avond. Reken erop dat je kitten de eerste nachten om vijf uur 's ochtends gaat oefenen op sprinten.

Wat helpt: speel vlak voor het slapengaan tien minuten stevig met hem, en geef daarna zijn laatste maaltijd. Jagen, vangen, eten, slapen — dat is de volgorde waar een kattenlichaam op is gebouwd. Een kitten dat verzadigd is, valt makkelijker in slaap.

Miauwt hij toch 's nachts bij je deur? Dan is het verleidelijk om op te staan. Doe het één keer en je hebt er een gewoonte bij. Wil je hem 's nachts bij je hebben, laat de slaapkamerdeur dan gewoon open. Wil je dat niet, houd het dan van het begin af aan consequent.

Wat je deze week beter uitstelt

  • Visite. Iedereen wil het kitten zien. Houd het bij een of twee mensen tegelijk, en laat hem zelf beslissen of hij komt.
  • Naar buiten. Een kitten hoort de eerste weken binnen te blijven, ook als hij later buitenkat wordt. Hij kent zijn huis nog niet, dus hij kan de weg terug niet vinden.
  • Wassen of borstelen. Kan later. Laat hem eerst wennen aan jouw handen zonder dat er iets "moet".
  • Voer omgooien. Geef de eerste week hetzelfde voer als bij de fokker of het asiel. Verhuizen én ander eten geeft bijna altijd diarree.

Waar je wél meteen mee begint

Vaste plekken en vaste tijden. Eten op dezelfde plek, kattenbak op dezelfde plek, slapen op dezelfde plek. Een kat houdt van voorspelbaar. Hoe saaier de eerste week, hoe sneller hij ontspant.

En geef hem een plek waar hij écht met rust wordt gelaten. Liefst iets verhoogds: een plank, de bovenste plek van een krabmeubel of gewoon een dekentje op de vensterbank. Katten voelen zich veiliger als ze van bovenaf kunnen kijken.

Zoek je nog een goed plekje voor die eerste weken? In onze collectie Manden, Kussens & Bedden vind je zachte mandjes en kussentjes waar een kitten zich snel in verstopt.

Volgende week: Kittendagboek: wennen aan huis en gezin (13 weken).